Het lijkt of er een klimaatdebat gaande is tussen twee “richtingen”. Eén richting is ervan overtuigd dat de aarde opwarmt en dat daar “iets” aan moet worden gedaan. Tevens wordt geen moeite gespaard om de andere richting, die daar “tegen” zou zijn, zwart te maken. Maar wat is die andere richting eigenlijk? Bestaat die wel? Ik heb hierover veel gelezen en wil daar iets over zeggen.
Als ik een tweedeling moet maken in de deelnemers aan de klimaatdiscussie, dan zou ik ze noemen: de “gelovers” en de ”denkers”.
De “gelovers” zijn de mensen die geloven dat de aarde opwarmt door actie van de mens. Verreweg de meesten onder hen hebben daarvoor geen wetenschappelijk onderzoek nodig. Het geloof is intuïtief, men voelt aan dat de mensheid op het slechte pad is door een combinatie van overmatig materialisme en onzorgvuldigheid met de natuur, ja, met de hele planeet. Daar is veel voor te zeggen! De eerste voorzitters van het IPCC
, Bert Bolin en Sir John Houghton, gingen voor in dit geloof. Van oorsprong waren ze beiden gerenommeerde wetenschappers en ook diepgelovige Christenen. Maar ze stelden hun geloof boven de wetenschap (dat zeiden ze ook duidelijk) en ze voelden zich geroepen de mensheid te redden. Zij hebben miljoenen volgelingen gehad. Om hun zaak te ondersteunen werd de “broeikastheorie” van Arrhenius (1896) van stal gehaald (hoewel die reeds in 1899 was weerlegd, o.a. door Ångström). Een preciezere term is de theorie van de door de mens veroorzaakte wereldwijde opwarming, of AGW (anthropogenic global warming). Deze theorie werd de basis voor een nieuw geloof.
Toen kwamen de “gelovige” politici. Ik zet nu “gelovig” tussen aanhalingstekens, omdat deze politici het geloof van anderen gebruikten om politieke munt uit te slaan. In de West Europese landen waren de sociale problemen in de jaren ‘80 toch voor een belangrijk deel opgelost en het nieuwe AGW-geloof kwam als geroepen. Politici zijn opportunisten en zij gebruikten dit nieuwe geloof met succes om grote aantallen stemmen te werven. Snel volgden vele andere politici, vooral in de Angelsaksische landen (inclusief Canada en Australië), in Duitsland, in Scandinavië en in Nederland. Maar veel minder in de Romaanse landen en al helemaal niet in Rusland. China en India hebben er volkomen lak aan. In Japan is de mening verdeeld, maar daar is men erg gezagsgetrouw, dus heeft het geloof toch veel steun.
In die eerstgenoemde landen was het al gauw niet meer mogelijk om je in de politiek te begeven zonder openlijk het AGW-geloof te belijden. In de sfeer van de wetenschap werden in deze richting echter nauwelijks vorderingen gemaakt. Wel worden er gigantische bedragen uitgegeven aan computersimulaties om te laten zien wat er allemaal in de toekomst zou kunnen gebeuren. Die voorspellingen zijn allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat de AGW-theorie juist is en bovendien nog op een aantal aannamen. De belangrijkste hiervan is dat waterdamp en wolken zorgen voor een positieve terugkoppeling, waardoor het broeikaseffect
van CO2 ongeveer driemaal wordt versterkt. Dit is nooit experimenteel geverifieerd. Deze voorspellingen op basis van computer-simulaties werden algemeen beschouwd als “wetenschap”; m.i. ten onrechte.
De tweede richting die ik zie, zijn de “denkers”. Zij baseren hun meningen vooral op logica en op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. Ik heb in de loop van de laatste dertien jaar enige honderden wetenschappelijke artikelen gelezen. Ik heb er nooit één gezien waarin de juistheid van broeikastheorie werd bevestigd door metingen “in het veld” (bedenk dat de broeikastheorie ooit alleen maar in het laboratorium is bevestigd). Heel veel publicaties gaan daar helemaal niet over, ze gaan meestal over deelproblemen, over plaatselijke klimaatveranderingen en mogelijke oorzaken daarvan. En vooral over de gevolgen van eventuele klimaatveranderingen. Pas de laatste jaren verschijnen er ook artikelen waarin wordt geprobeerd de temperatuurhuishouding in de atmosfeer te begrijpen. Het broeikaseffect is maar één van de vele mechanismen die hierbij een rol spelen. En uit de nieuwere studies blijkt dat het onwaarschijnlijk is dat de uitstoot van CO2, ondanks haar reusachtige omvang, een belangrijk effect op het wereldklimaat kan hebben. Het broeikaseffect van CO2 bestaat wel, maar het is erg klein.
Hoewel ik hier spreek van een “richting”, bestaat die natuurlijk niet in strikt wetenschappelijke zin. Er is in feite immers geen werkelijke discussie tussen de éne en de andere richting. Binnen de richting van de “denkers” zijn wel uitgebreide discussies gaande, want in wetenschap die in ontwikkeling is, bestaat immers nooit consensus.
In het maatschappelijke vlak lijkt het of de twee richtingen fel tegenover elkaar staan. Aanhangers van de ene richting worden wel “alarmisten” genoemd. Zij baseren zich op het AGW-geloof en zeggen dat ons een klimaatramp te wachten staat als we niet snel ingrijpende maatregelen nemen. En die moeten dan tientallen miljarden euro per jaar kosten. De aanhangers van de andere richting, waar ze zich tegen afzetten, worden wel de “sceptici” genoemd. Die vinden dat er geen reden tot alarm is en dat het uitgeven van veel geld om denkbeeldige rampen te voorkomen onverantwoord is, vooral omdat er veel dringender zaken zijn waar veel geld voor nodig is (zoals medicijnen en schoon drinkwater in ontwikkelingslanden). Deze richting laat wel af en toe van zich horen, maar heeft in feite geen enkele politieke invloed.
Tussen beide maatschappelijk richtingen is overigens geen werkelijke dialoog. De “gelovers” baseren hun overtuiging niet op wetenschappelijk onderzoek, al beweren zij van wel. Maar in feite kunnen zij ook geen rationele argumenten aandragen tegen de veelheid van argumenten van de “denkers”, die gebaseerd zijn op logica en ratio. Dat proberen zij dan ook helemaal niet. Zij willen het ook niet, omdat zij overtuigd zijn van hun morele gelijk. Zij vinden de wetenschappelijke twijfel, kritiek, scepticisme of hoe je het ook wilt noemen, in wezen immoreel. En ze vinden de verkondigers daarvan in feite immorele mensen. Dit zijn immers ketters en die mogen niet serieus genomen worden. In het Engels heeft de term “global warming deniers” een nog negatievere klank. Sommige journalisten stellen hen gelijk aan holocaust deniers, die je het recht op publicatie moet ontzeggen en die eigenlijk vervolgd zouden moeten worden. Het liefst uitgeroeid.
De gelovers gaan hun tegenstanders (want zo zien zij de denkers) dan ook allereerst te lijf met wantrouwen, sarcasme, verdachtmakingen en twijfel aan hun wetenschappelijke integriteit. En verder door gewoon met modder te gooien. Daarvan is www.desmogblog.com een mooi voorbeeld! Rationele argumenten worden hier nauwelijks gebruikt. Smalen en schelden is de norm. Heel verhelderend!
Het is duidelijk dat de denkers kunnen zeggen wat ze willen, ze kunnen aantonen dat de aarde nauwelijks is opgewarmd, ze kunnen met uitgebreide wetenschappelijke resultaten komen, ze kunnen laten zien wat we weten en wat we niet weten, maar de gelovers zullen geen poging doen om zich daarin te verdiepen of zelfs maar te luisteren. Zij houden zich bezig met het verspreiden van hun geloof door middel van een enorme propagandamachine, die alleen al honderden miljoenen per jaar kost. Bij deze propaganda wordt veelvuldig gewezen op “feiten” die zouden duiden op de opwarming van de aarde. Hier worden dan altijd selectieve voorbeelden genoemd van locale opwarming (zoals in West Europa), die geen verband houden met wereldwijde klimaatverandering. Voorbeelden van locale afkoeling, die er even veel zijn, worden niet genoemd. Het is duidelijk dat een vertekend wereldbeeld hierbij een rol speelt. Wij vinden West Europa erg belangrijk, maar staan er niet altijd bij stil dat dit minder dan 1% van het aardoppervlak beslaat.
Ook wetenschappers doen mee aan misleidende propaganda. Dat geldt vooral voor wetenschappers die geheel afhankelijk zijn van overheidssubsidie. Blijkbaar laten die hun wetenschappelijk oordeel te veel leiden door geloof. Voorbeelden daarvan zijn te vinden op de sites www.knmi.nl/faq/ en www.realclimate.org. Van politieke zijde werd er steeds maar weer op gewezen dat de meerderheid van de klimaatwetenschappers het eens zou zijn met de AGW-theorie. Dit is natuurlijk een kwestie van definitie. De grote aantallen onderzoekers die zich verzetten tegen de AGW-theorie werden gemakshalve niet tot de klimaatwetenschappers gerekend.
De wetenschapsjournalist Joanne Nova (www.joannenova.com.au ) is een goed voorbeeld van een “denker”. Haar boekje “The Skeptic’s Handbook” is geheel gebaseerd op logica en gezond verstand. Daar kunnen heel wat wetenschappers een voorbeeld aan nemen!
En het IPCC dan, werd dat niet opgericht om resultaten van wetenschappelijk onderzoek te verzamelen? Dat doen ze ook op een verdienstelijke manier, hoewel selectief. De meeste artikelen leveren geen enkel bewijs voor de broeikastheorie, maar dat hoeft ook niet, want het IPCC heeft gekozen voor het broeikasgeloof. Artikelen die de broeikastheorie tegenspreken worden consequent geweerd. De opdracht die het IPCC van de VN heeft gekregen is om wetenschappelijke resultaten te verzamelen waarmee de invloed van de mensheid op het wereldklimaat wordt aangetoond, en om met adviezen te komen aan de deelnemende regeringen. De conclusies van het IPCC betreffende de menselijke invloed op klimaatverandering zijn niet gebaseerd op wetenschap, maar op computersimulaties, die op hun beurt niet gebaseerd zijn op de laatste stand van de wetenschap, maar op een aantal aannamen. Het IPCC wordt bestuurd door politici, en de “Summary for Policymakers” is vooral politiek gekleurd. De reden dat zij kozen voor het klimaatalarmisme is eenvoudig: verreweg de meeste deelnemende landen zijn ontwikkelingslanden die hier een slaatje uit willen slaan. En de ontwikkelde landen doen daaraan mee omdat ze vinden dat ze de ontwikkelingslanden moeten helpen. Dat is een loffelijk streven, maar dat doen ze m.i. geheel op de verkeerde manier.
Samenvattend kunnen we stellen dat een dialoog tussen verschillende “richtingen” op klimaatgebied ernstig wordt gefrustreerd door minstens drie factoren:
- Een groot deel van de mensheid blijkt graag te willen geloven maar niet te willen weten.
- De wetenschapsbeoefening op klimaatgebied wordt sterk overheerst door de politiek.
- De voorlichting door het IPCC is niet objectief en niet wetenschappelijk.
Het lijkt dat de situatie niet gemakkelijk te doorbreken is. Toch zien we dat in sommige landen nu wel een beetje gebeuren, met name in Canada, Australië en Zweden.
Bron: klimatosoof.nl